Hondenvoer - Hondenvoeding

In feite is een hond meer een alleseter dan een vleeseter. Wilde honden eten hun prooi namelijk helemaal op. Ook de botten, de maag en de ingewanden met daarin halfverteerd plantaardig materiaal. Op die manier vullen ze hun vleesmenu aan met de nodige mineralen en vitaminen. Dit is ook de basis voor de voeding die een huishond nodig heeft.


Aantal maaltijden

Hoe vaak een hond moet eten, hangt vooral af van zijn leeftijd. Pups van een week of zes krijgen per dag vier tot vijf maaltijden. Op een leeftijd van zes maanden zijn twee per dag voldoende. Dit moeten dan wel flinke porties zijn, want hondenpubers groeien snel en verbruiken veel energie.

Verdeel ook de voeding voor een volwassen hond over twee maaltijden per dag. Hij eet dan niet zoveel in één keer en krijgt de gelegenheid om het voedsel rustig te verteren. Dit is vooral van belang voor honden van grote rassen, omdat de kans op een maagtorsie (levensgevaarlijke kanteling van de maag) zo veel kleiner wordt. Krijgt uw hond tussendoor wel eens een snack, dan zijn twee maaltijden per dag zeker voldoende.

Honden die te veel eten en te weinig bewegen, worden al snel te dik. Een hond wordt goed gevoed als zijn ribben wel te voelen, maar niet te zien zijn. Zijn de ribben niet te voelen, dan is hij te dik. Zijn ze te zien, dan is hij te mager.

Een hond die ziek geweest is, moet meer maaltijden per dag krijgen. Voor dat geval zijn speciale, hoogwaardige eiwitproducten verkrijgbaar in diverse smaken. Die zullen de hond gemakkelijk tot eten verleiden. Een hond moet ten slotte altijd de beschikking hebben over een bakje fris drinkwater. Hij moet vooral veel kunnen drinken als hij ook droogvoer krijgt.
 

Kant-en-klare voeding

Blikvoeding en andere kant-en-klare voeding is over het algemeen van uitstekende kwaliteit. Het lijkt misschien aantrekkelijk om uw hond vers, zelfbereid voedsel te geven. In de praktijk is dat echter niet eenvoudig, zeker niet als de voeding verantwoord (dus compleet) moet zijn.

Voor leken is het erg moeilijk om precies de juiste verhouding tussen eiwitten, vetten en koolhydraten te vinden. Wat helemaal niet te bepalen is, zijn de juiste hoeveelheden vitaminen, mineralen en sporenelementen. Daarbij komt dan ook nog dat u van een groot aantal vitaminen niet alleen te weinig kunt geven, maar ook te veel. In beide gevallen kunnen de gevolgen voor uw hond desastreus zijn.

Ook de kalkhulsverhouding van een hond is een ingewikkeld geheel. Het fosforgehalte in de voeding moet precies in de juiste verhouding staan tot de hoeveelheid kalk (calcium). Als dat niet het geval is, raakt de gezondheid van de hond aangetast (bot-ontkalking). U kunt uw hond dus het best kant-en-klare, complete voeding van goede merken geven. Deze producten zijn uitgebalanceerd en bevatten alles wat een hond nodig heeft. Toevoegingen zoals vitaminepreparaten zijn overbodig, zo niet schadelijk!

Het voeren van vers vlees brengt nog een ander risico mee. Rauw vlees kan allerlei ziektekiemen bevatten, zoals het virus van Aujeszky (in varkensvlees). Deze ziekte is niet met medicijnen te behandelen en heeft een snel, dodelijk verloop. U moet vlees dan ook altijd door en door gaar koken! Laat het wel goed afkoelen voordat u het aan uw hond geeft.

Ook het eten van te koud voedsel (rechtstreeks uit de koelkast) is niet goed voor een hond: het kan de spijsvertering danig van streek brengen. Rauwe eieren en vis bevatten stoffen die bepaalde B-vitaminen afbreken. Deze stoffen maakt u 'onschadelijk' door vis en eieren te koken.


Bedelen

Bedelgedrag is bij een hond aangeboren, maar u kunt het wel degelijk beïnvloeden. Daarvoor moet u enig inzicht hebben in wat bedelen eigenlijk voor een hond betekent en hoe dit gedrag door leerprocessen wordt bepaald. Zodra pups vast voedsel gaan eten, vertonen ze bedelgedrag als ze honger hebben. Ze likken onderdanig aan de bek van hun moeder, die vervolgens in een reflex voedsel opbraakt. Jonge, zieke of zeer oude leden van een wolvenroedel vertonen dit gedrag altijd. De voedselverdeling die wolven onderling hanteren, wordt wel de 'sociale maag' genoemd. Elk hongerig lid kan een beroep doen op roedelgenoten die na de jacht goed gevoed zijn.

Daar komt bij dat bedelen voor wolven en honden meer is dan alleen maar voedsel verstrekking: het is ook een instinctieve manier om de groepsbinding te bevestigen. Dit is te vergelijken met gevoelens van saamhorigheid en gezelligheid die mensen ondergaan als er wordt getrakteerd.

Als u het bedelgedrag van uw hond wilt inperken, moet u nooit zwichten in situaties die u ongeschikt acht voor het geven van iets lekkers. Geef hem dan ook niets wanneer u aan de maaltijd zit. Stop hem niet willekeurig eten of tussendoortjes toe, behalve op vaste tijdstippen in zijn eigen voerbak of als beloning tijdens de opvoeding of de gehoorzaamheidscursus. Zwicht u toch een keer, dan ervaart uw hond dat niet alleen als beloning voor het bedelen op zich, maar ook voor het lange wachten: hij kreeg immers heel lang niks en toen opeens weer wel.

Uw hond zal dus in zijn bedelgedrag blijven volharden in de hoop dat hij morgen of misschien volgende week weer succes zal hebben. De enige remedie om bedelgedrag te voorkomen of voorgoed af te leren is consequent zijn.

Een goede manier om bedelen aan tafel te voorkomen, is de hond te leren dat hij tijdens de maaltijd in zijn mand, bench of op zijn eigen plek moet blijven. Dit doet u als volgt: op het moment dat u aan tafel gaat, geeft u het commando mand!. Als de hond gehoorzaamt, beloont u hem met een lekkernij. Hij mag pas weer opstaan als u van tafel gaat. Wanneer u dit consequent volhoudt, zal de hond uiteindelijk al bij het tafeldekken of het aan tafel roepen van de gezinsleden uit zichzelf in de mand gaan. Op den duur hoeft u hem zelfs niet meer te belonen, of misschien nog een enkele keer om het gewenste gedrag te blijven stimuleren. Probeert uw hond in een opstandige of ondeugende bui tijdens de maaltijd toch stiekem zijn plek te verlaten, stuur hem dan beslist terug. Alleen als u zich strikt aan uw eigen regels houdt, zal er een vast ritueel ontstaan.
 

Groenten

Zoals gezegd krijgen honden in de wije natuur op indirecte manier voedingsstoffen binnen die alleen In planten voorkomen (koolhydraten, vezels, vitaminen en mineralen. Omdat uw hond hoogstwaarschijnlijk geen hele prooidieren te eten krijgt, zult u op een andere manier in zijn behoefte aan groenvoer en granen moeten voorzien. Honden (en wolven) kunnen granen en groenten pas verteren nadat die in het spijsverteringsorgaan van een prooidier zijn voorbewerkt (ontsloten). Het heeft dus geen enkele zin uw hond zomaar wat groenvoer en granen te geven.

Granen moeten altijd goed gaar gekookt of gebakken zijn, zodat het zetmeel uit de plantaardige cellen vrijkomt. Dit geldt ook voor de meeste soorten groenten. Het spijsverteringsorgaan van uw hond kan er anders niets mee beginnen en hij zal er alleen maar last van krijgen. Aan kant-en-klare, complete fabrieksvoeding is de juiste hoe-veelheid granen en groenten al toegevoegd. Honden maken zelf vitamine C aan en hebben dat dus niet nodig in hun voedsel. Wel vinden ze vers fruit vaak erg lekker.
 

Planten eten

Elke hondenbezitter komt er vroeg of laat achter dat zijn hond aan tuin- of kamerplanten probeert te knabbelen. U moet dat uw hond beslist afleren, want sommige planten zijn giftig. Met een beetje geluk blijft de schade beperkt tot spijsverteringsproblemen, maar het kan ook dodelijke gevolgen hebben. U moet er dus zeker van zijn dat al uw kamerplanten absoluut ongevaarlijk zijn voor uw hond.

Een hond eet zelden zonder reden van een plant. In de meeste gevallen zoekt hij een stukje groenvoer om iets onverteerbaars uit zijn maag te verwijderen. Groenvoer vormt voor een hond namelijk een natuurlijk braakmiddel. Soms merkt u hoe uw hond buiten plotseling heel gedreven gras gaat eten. Dit lijkt op een instinctmatig grazen. In zo'n geval wil hij iets kwijt dat hem, letterlijk, zwaar op de maag ligt. Als uw hond van de kamerplanten wil eten, moet u hem dat verbieden door streng 'Foei!' te zeggen en hem af te leiden, bijvoorbeeld met een spelletje. Berisp hem zoveel mogelijk op het moment waarop hij aanstalten maakt om zich aan de plant te vergrijpen. Achteraf straffen is zinloos, want dat begrijpt een dier niet.
 

Kluiven

Een hond heeft voor zijn basisvoeding geen kluiven nodig. Wel is het aan te bevelen hem als bijvoeding af en toe kluiven of harde brokken te geven. Wat elke hond af en toe namelijk wél nodig heeft, is kluiven, knabbelen en knagen als bezigheid. Wolven brengen een deel van hun tijd door met het knagen op de botten van hun prooidieren. Vooral voor de halfwasjongen is dit een noodzakelijke activiteit: het versterkt de kaakspieren, zorgt voor wat extra voedsel en is een plezierig tijdverdrijf. Een hond van zeven, acht maanden oud kunt u het knagen op allerlei voorwerpen dan ook nauwelijks verbieden.

U kunt het knaaggedrag van uw hond in goede banen leiden door hem geregeld voorwerpen van buffelhuid, gedroogd vlees of hondenkoeken te geven. Let er wel op dat hij geen grote stukken buffelhuid afknaagt en inslikt, anders bestaat de kans dat hij stikt. Het knagen op botten van dieren kan problemen veroorzaken. Botjes van kippen, konijnen of varkens kunnen gemakkelijk versplinteren. Dit kan ernstige gevolgen hebben (darmperforatie). Een goed doorgekookte schenkel is daarentegen wel geschikt.


Samen eten

Heeft u twee honden die elkaar goed verdragen, dan is er in principe niets op tegen om ze uit dezelfde bak te laten eten. Omdat dit in de praktijk toch vaak de nodige problemen blijkt op te leveren, is er meer voor te zeggen elke hond van meet af aan zijn eigen voerbak te geven.

Honden leven in strikte hiërarchische verhoudingen. Het dier dat het hoogst in de rangorde staat, heeft voorrang bij het eten. Dat betekent dat de gemoederen danig verhit kunnen raken als er voedsel in het spel is: het kan zelfs op vechtpartijen uitdraaien. Ook al verloopt het wat rustiger, toch komt een van de honden vaak niet aan bod. In dat geval zit u al snel met één te dikke en één te magere hond. In het algemeen is het zelfs aan te raden de honden in aparte ruimtes hun eten te geven. Een hond zal heel snel leren waar hij moet zijn om aan voedsel te komen. U heeft immers een aanlokkelijke beloning bij de hand! Als u uw honden gescheiden te eten geeft, kunt u bovendien gemakkelijk nagaan wie wat en hoeveel heeft gegeten. Ook kunt u één van de honden zo nodig medicijnen toedienen in zijn voedsel, of op dieet zetten als dat nodig mocht zijn. Deze dingen zijn nu eenmaal eenvoudiger te regelen als elke hond een eigen bak heeft op een eigen plek.


Tussendoortjes

Snoep, borrelnootjes, koek en chips zijn te zoet, te zout en te vet voor een hond. Honden hebben een menu nodig dat hoofdzakelijk moet bestaan uit ontsloten zetmeelproducten en dierlijke eiwitten.

Het kan geen kwaad als u uw hond af en toe op een stukje kaas of worst trakteert, maar geef hem liever geen snoep, koekjes of zoutjes. Ook al is het goed bedoeld, het is niet verstandig. Hij wordt er al gauw te dik van en zal vrij snel in bedel-gedrag vervallen. Te dikke honden kunnen last krijgen van allerlei kwalen en worden meestal ook minder oud. Een hond mag als traktatie ook geen restje van 'wat de pot schaft'. Vooral niet als dat sterk gekruid is, of als er sambal in zit.


Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwe rassen en artikelen die op de website verschijnen? Registreer jezelf hier en je krijgt elke 2 weken een update in je mailbox. Je kan jezelf altijd probleemloos uitschrijven.


6 reacties

Verachtert Filip

Dit is nu eens een goed artikel. Bedankt

AnneMarie van Krimpen

ik vindt dit niet een goed artikel,
er staan toch een aantal dingen in die niet kloppen.
jammer is dat.

Davy Agten

Hallo Annemarie

Als je vindt dat er echt iets niet klopt kan je ons dat altijd mailen en kunnen we het eventueel altijd aanpassen

AnneMarie van Krimpen

er staat oa in dat pups van een week of 6 vier tot vijf maaltijden,
maar pups van 3 weken meoten al vaster voedsel hebben.
dat kant eklaar maaltijden en blikvoer van uitstekende kwaliteit is, klopt niet, want daar zit juist veel chemische troep in en te veel dinden die ongezond zijn.
zelf samen stellen van maaltijden is niet moeilijk, je moet er alleen veel over gelezen hebben.
ook dat rauw vlees veel ziektekiemen bevatten klopt niet,
alleen varkensvlees is niet aan te raden, maar verder is al het rauw vlees juist gezond, dus koken is absoluut niet nodig, en onjuist
een hond dat rauw vlees krijgt, heeft een sterker verteringssysteem en heeft geen last van deze ziektekiemen
ook rauwe eieren en vis zijn gezond voor een hond.

het is een grote fabel dat botten gaan splinteren en daarom gevaarlijk zijn.
botten kunnen alleen gaan splinteren als ze VERHIT worden, dan veranderd de struktuur van het bot en dan alleen kunnen ze gaan splinteren, rauwe botten zijn heel gezond en zullen nooit geen gevaar opleveren.

freija soetaerts

ook ik ben het niet eens met een stelling ,er staat dat de hond 2x per dag eten zou moeten hebben in kleine porties om alles te verteren maar kijk eens naar de wolf zij eten een prooi van het 3 dubbele van hun eigen gewicht misschien zelf meer daar moet zoveel mogelijk van op geraken en daarom heeft de natuur ervoor gezorgd dat ze een een grote maaginhoud hebben en een klein darmstelsel(van alles wat ze eten word 95% ervan verteerd de rest botjes haren enzo gaan via de darm in de ontlasting eruit)bij de hond is dit niet anders dus ze kunnen wel degelijk veel voeder in eens opnemen .

Donna Bertr

Ik vind het ook een heel goed artikel. Er staan bepaalde onderwerpen die ik niet wist en nu pas ik het aan aan de opvoeding van mijn hond.


Een reactie plaatsen