De hond en zijn zintuigen

De hond en zijn zintuigen

De reukzin van de hond

De hond is een neusdier. Hij leeft vooral in een wereld van reuk. Zijn reukzin is voor ons - ogendieren - onvoorstelbaar scherp. Zo kan hij het zweet van mens en dier in miljoenvoudige verdunning waarnemen en herkennen! Hetzelfde geldt voor vetzuren en andere geurstoffen.

Zo duidelijk als wij mensen voetafdrukken in vochtig zand zien, zo helder en onmiskenbaar onderscheidt de hond ontelbare geuren. Ook als sporen al uren oud zijn en voor het menselijk
oog allang niet meer zichtbaar, dan kan de hond het spoor met zijn neus nog altijd feilloos volgen. Een verbluffende prestatie die jagers van pas komt bij het zoeken naar aangeschoten wild, maar die ook bij het opsporen van vermisten, criminelen, drugs en dergelijke van groot nut is voor politie, douane en narcoticabrigades. Juist in de strijd tegen drugs zijn honden van grote waarde gebleken en worden ze om die reden dan ook op grote schaal getraind. De media melden telkens weer de meest ongelofelijke prestaties van zulke honden. Zelfs als verdovende middelen in verschillende lagen plastic zijn verpakt, in vaten zijn verstopt en met speciale 'onschuldige' geuren zijn bewerkt, weten honden ze toch te vinden. Zelfs drugs die zich bevinden in een dikwandige stalen koker met stevig vastgeschroefd deksel worden door speurhonden gevonden.

Hoe komen honden aan deze indrukwekkende gave, die geen enkel ander dier heeft kunnen evenaren, laat staan overtreffen? Voor het antwoord op die vraag is het zaak de hondenneus van dichtbij te bekijken. Ten eerste zien we dan de altijd vochtige neusspiegel, die geuren lokaliseert. Geurdeeltjes die zich verderaf bevinden, komen via de grote neusgaten het orgaan binnen, waar ze terechtkomen op het reukslijmvlies binnenin de neus. Het oppervlak van dat slijmvlies is dertig keer zo groot als bij de mens en voorzien van veel fijnere zenuweinden.

Een ander reukorgaan, het orgaan van Jacobson, bevindt zich vlak achter de snijtanden in het gehemelte. Geuren waarvan de hond zeer opgewonden raakt, worden met een licht tandenge-klapper opgenomen en vervolgens met zeer wijde neusgaten luid snuivend ingezogen.

Het gehoor van de hond

De mens is in staat geluiden met een frequentie van 16 tot 20.000 golven per seconde (Hertz) waar te nemen. Honden nemen geluiden waar van 60 a 70.000 tot zelfs 100.000 Hz. Hij hoort dus ultrasone geluiden die voor de mens totaal niet zijn waar te nemen. Het voor ons onhoorbare geluid van het zogeheten hondenfluitje is ook ultrasoon en geeft de hond een 'luid en duidelijk' signaal.

Als het om de lage tonen gaat, zijn de mensen iets in het voordeel, maar dat staat in geen verhouding tot het totale bereik van het hondenoor. Het gehoor van de hond is vooral fijner dan dat van de mens. Zelfs in zijn slaap reageert de hond op het geringste geluid en is hij meteen klaarwakker als die geluiden hem verdacht voorkomen.

Honden kunnen geluid ook veel beter lokaliseren, vooral als ze staande oren hebben. Honden met zulke oren kunnen namelijk de oorschelp in de richting van het geluid wenden, het vervolgens optimaal ontvangen en de richting vaststellen waar het vandaan komt.

Honden houden niet van harde geluiden. Vandaar ook dat veel honden, zeker als ze jong zijn, angstig reageren, soms zelfs pijnlijk gekwetst, op stofzuigers, luide muziek e.d. Of dat de reden is dat honden vaak jammerlijk beginnen te janken bij muziek, of dat ze juist van muziek houden en mee willen 'zingen' weten wij niet. Het is vooral vreemd omdat ze zich uit de voeten kunnen maken en de muziek dus niet hoeven te horen.

De tastzin van een hond

Met behulp van de tastharen aan lippen, wenkbrauwen, oren en bovenbenen zijn honden in staat zich ook in het donker en door de smalste doorgangen op de tast te oriënteren. De hond kan dat echter lang niet zo goed als een kat. Bij veel rassen zijn die tastharen ook alleen nog te vinden aan lippen en wenkbrauwen. Met de tong, neusspiegel, lippen en voetzolen kan de hond ook op de tast voelen. Met deze lichaamsdelen kan hij eveneens warm en koud, en hard en zacht onderscheiden.

Het gezichtsvermogen van je hond

De hond heeft dankzij de zijdelingse inplanting van zijn ogen weliswaar een breder gezichtsveld, maar hij ziet niet zo gedetailleerd en plastisch als wij. Honden zien scherp tot op 70 a 100 m. Op grotere afstand herkent de hond niet eens zijn baasje als die stilstaat. Bewegingen worden honden echter goed gewaar tot op 1000 m. Natuurlijk bestaan er verschillen van ras tot ras.

Zo jagen windhonden met hun ogen, waardoor ze de bewegingen van wild uitstekend waarnemen, 's Nachts ziet de hond iets beter dan wij. Dat hangt samen met zijn reflecterende netvlies en met het feit dat de staafjes in het hondenoog meer rodop-sine bevatten, een stof die afkomstig is van vitamine A en eiwitten. Het ontbreken van die stof leidt tot nachtblindheid.

Honden kunnen niet goed kleuren onderscheiden. Tot hoeverre ze kleuren wél kunnen zien en welke dat juist zijn, is tot op heden niet duidelijk.

De smaakzin van je hond

Honden hebben een goed ontwikkelde smaak. Dat die smaak vaak sterk van de onze verschilt, zal iedere hondeneigenaar vroeg of laat moeten vaststellen. Bijna alle honden leggen een voor ons onbegrijpelijke voorkeur aan de dag voor kadavers en andere, voor ons mensen onaangenaam, zelfs weerzinwekkend ruikende dingen.

Anderzijds weigeren honden wel eens voedsel waarin medicijnen zijn vermengd die ons voorkomen als geur- en smaakloos. Ze laten hun bak dan 'gewoon onaangeroerd staan. Vaak lukt het trucje niet eens om een tablet of pasta te verstoppen in iets heel lekkers, zoals een stukje vlees of worst, om het op die manier bij uw beschermeling binnen te krijgen. In hoeverre bij het proeven de smaak- of de reukzin in actie komen, is vooralsnog niet duidelijk.



Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwe rassen en artikelen die op de website verschijnen? Registreer jezelf hier en je krijgt elke 2 weken een update in je mailbox. Je kan jezelf altijd probleemloos uitschrijven.


0 reacties


Een reactie plaatsen