De geschiedenis van de hond door de bril van de wetenschap

Wolven zijn dé iconen wat betreft roedelgedrag. Hun collectieve kracht is groter dan hun individuele inspanningen. Of zoals gezegd: "De kracht van de roedel is de wolf, en de kracht van de wolf is de roedel." Wolven spelen een grote rol in de geschiedenis van de hond.  Het bestuderen van hun gedrag leert ons meer over de natuurlijke instincten van de hond.

Bij wolven draait het allemaal om ‘samen’ overleven: van het vinden van voedsel en elkaar beschermen tot het beschermen tegen vijandige wolven en andere roofdieren, hun vaardigheden om samen te werken en dingen samen te doen zijn legendarisch. Het is duidelijk dat gedomesticeerde honden deel uitmaken van een nieuwe roedel: de "menselijke roedel".

De menselijke roedel vind je in een huiselijke sfeer. Honden leiden er een comfortabel leven in de meest gunstige omstandigheden. Maar de geschiedenis van de hond vertelt ons dat dat niet altijd zo is geweest.

Wat weten we van deze overgang? Hoe zit het met de dappere en loyale hond die van de wolvenroedel naar de menselijke roedel is overgestapt?

De informatie die we hebben uit het verleden en heden biedt een vertrekpunt waarin we de huidige relatie tussen honden en mensen kunnen plaatsen en veel kunnen leren over de geschiedenis van honden. Omdat wolven nog steeds bestaan ​​in een zeer vergelijkbare vorm als toen ze evolueerden tot moderne honden, kunnen we heel precies zien wat er is veranderd en wat hetzelfde is gebleven.

De sociale hiërarchie van wolvenroedels

Moderne onderzoekers zeggen dat een wolvenroedel het beste kan worden vergeleken met  een uitgebreide familie, in plaats van de vaak populaire opvatting van een rigide hiërarchie met een 'alfamannetje'. Sociale harmonie in de roedel krijgt absolute prioriteit omwille van het gevoel van stabiliteit.

Onderzoekers merkten op dat roedels ontstaan uit jonge wolven die uit twee verschillende roedels komen en initieel vreemden waren voor elkaar.  Eigenlijk vergelijkbaar met hoe menselijke relaties ontstaan.  Jonge wolven verlaten gewoonlijk hun groep als ze tussen 1 en 3 jaar oud zijn om dan hun eigen "gezin" te stichten.

De wolvenhiërarchie is minder lineair en meer piramidaal. Met andere woorden, er is een gradatie van sociale status waarin mannen en ouderen dominanter zijn, waarbij wolven van de ene rol naar de andere overschakelen naarmate ze ouder worden.

Noord-Amerikaanse wolven hebben historisch gezien altijd gejaagd op wild, zoals kariboes, elanden en rendieren. En tijdens de warme maanden stonden er ook al eens kleinere dieren zoals konijnen en zelfs eekhoorns op het menu.

Toen honden zich bij de 'menselijke roedel' voegden

Honden zijn uitgebreider en effectiever geïncorporeerd dan eender welk ander gedomesticeerd dier. Voor veel gezinnen worden ze zelfs beschouwd als een volwaardig lid van het gezin.

Onderzoekers denken dat dit ertoe geleid heeft dat honden zich meer 'infantiel' zijn gaan gedragen. Door de jaren ontwikkelden ze een grotere reactie op sociale bekrachtigers (wat wij kennen als aaien, belonen en menselijke aandacht), waardoor ze de rol als trouwe metgezellen kregen.

Sinds de jaren tachtig tot op de dag van vandaag werden honden in onderzoeken geobserveerd.  Daaruit bleek dat ze een enorm gunstige invloed hebben op de sociale en emotionele ontwikkeling van jonge kinderen. Drie decennia lang is uit onderzoeken gebleken dat de aanwezigheid van honden een kalmerend effect heeft op zowel kinderen als op volwassenen: de bloeddruk zakt in stressvolle situaties zoals tijdens universiteitsexamens of tijdens een doktersonderzoek.  Algemene stressvermindering, ook in vele andere situaties, is dus het grootste voordeel. Therapiehonden zorgen voor minder stress op het werk en het is aangetoond dat het uitlaten van je hond leidt tot meer ontspanning (hogere parasympathische activiteit van het zenuwstelsel) en lagere stressniveaus naast andere psychosociale en psychofysiologische voordelen.

De sociale structuren bij wolven en mensen zijn in veel opzichten vergelijkbaar. Beiden geven prioriteit aan sociale harmonie. Toen wolven evolueerden naar honden en een band met mensen opbouwden, traden bepaalde gedragsveranderingen op (zowel bij honden als bij mensen).

Als je goed kijkt, hebben verschillende onderzoeken in verschillende domeinen geconstateerd dat voor elk voordeel dat op het ene gebied wordt behaald, er een gevolgschade is op een ander. Hoewel het meeste onderzoek heeft gekeken naar de voordelen die honden ons bieden, is er decennia lang aanzienlijk minder nadruk gelegd op het effect dat wij, mensen, hebben op onze honden.

De vraag blijft dus voor ons, en onze wetenschappers, om te beantwoorden: welke impact hebben wij gehad op onze metgezellen toen ze zich bij onze gezinnen voegden, of wat we nu de 'menselijke roedel' kunnen noemen? Wat resulteerde in de overgang van wolven (Canis lupus) in wolvenroedels naar honden (Canis familiaris) in menselijke roedels, en wat hebben onze geliefde huisdieren hieraan gewonnen?

Om dit te begrijpen, moeten we kijken naar en dieper graven in de verschillen tussen wilde wolven en gedomesticeerde honden.

De verschillen tussen wolven en honden

Er is veel fysiek contrast tussen honden en wolven. Honden zijn duidelijk veel gevarieerder en zien er anders uit dan hun voorgangers, de wolven, vanwege het domesticatieproces en selectieve kweektechnieken.

Honden zijn doorgaans kleiner in omvang van lichaam en schedel dan wolven. De oren van wolven staan altijd rechtop en hangen nooit af en daar is een goede reden voor.

Honden hebben kleinere hersenen dan hun wilde tegenhangers. Dit kan te wijten zijn aan de identiteit van hun meest directe voorouder, die in vergelijking met andere wolven in het begin relatief kleinere hersenen had.

Wolven vertonen betere probleemoplossende vaardigheden dan honden, en ze begrijpen oorzaak en gevolg veel beter. Honden vertonen dan weer een beter trainingsvermogen dan wolven. Deze vergelijking is gemaakt op basis van twee redenen:

Ten eerste leidden de effecten van domesticatie doorheen de jaren tot een afweging tussen traceerbaarheid (het vermogen van een hond om getraind te worden) en cognitieve vaardigheden. Het is net als het idee dat je, om iets te leren, moet kunnen vergeten wat je wel weet. Honden kunnen dit beter, maar dat kan in bepaalde situaties in hun nadeel werken.

De tweede reden is dat honden het vermogen hebben geërfd om zich te gedragen en meer sociaal afhankelijk te zijn. Met andere woorden, het gaat niet om ‘ik’ bij honden, maar meer om ‘wij’.

De eerste theorie zegt dus dat honden in feite niet zo slim zijn als wolven. De tweede zegt dat honden hun intelligentie op een meer samenwerkende manier gebruiken, door als een team te werken met hun baasje.  Iets waar wolven dan weer slecht in zijn.

Studies zeggen dat alles afhangt van de relatie tussen het baasje en de hond. Dat wil zeggen, of het nu gaat om een "gezelschapsrelatie", zoals bij een hond die in een gezin leeft, of een "werkrelatie", zoals een hond die helpt op een politiekantoor. De hond-mens-relatie beslaat verschillende gebieden, en jouw huisdier begrijpt dat. Afhankelijk van het soort band zullen honden zich min of meer afhankelijk gedragen, in tegenstelling tot wolven of katten.

Hoe groter de sociale band met een gezin, des te aanhankelijker de hond zich zal gedragen. Verschillende onderzoekers concluderen dat honden de wil hebben om met mensen om te gaan als een 'sociale eenheid'. Honden zijn geen echte probleemoplossers en werken daarom liever samen als een team. Als je dit gedrag vergelijkt met andere huisdieren, zoals katten, is het interessant om op te merken hoeveel de relatie van honden met mensen in contrast staat.

Hoewel kattengedrag niet als strikt asociaal kan worden omschreven, zijn katten toch minder sociaal dan honden. Katachtigen, in de strikte zin van het woord, zijn pas de afgelopen 200 jaar gedomesticeerd. Katten hebben zeker niet de neiging hun autonomie te degraderen zoals honden dat doen. Gezien het enorme verschil tussen deze twee dieren en het feit dat ze niet dezelfde relatie met mensen hebben, is het moeilijk om ze te vergelijken. Het punt is dat katten doorgaans niet functioneren binnen een sociale eenheid zoals honden dat kunnen.

Om deze discussie meer perspectief te geven, werden in de jaren vijftig vossen gedomesticeerd door de Russische geneticus Belyaev om het domesticatieproces van honden te imiteren. Interessant genoeg is de algemene conclusie dat vossen, hoewel ze in veel opzichten op honden lijken, niet te vergelijken zijn met honden in termen van sociaal gedrag.

Hoewel er zeker meer tijd nodig is om de tienduizenden jaren waarin honden werden gedomesticeerd na te bootsen, druisen de voorlopige resultaten in tegen het idee dat alle dieren even succesvol kunnen worden gedomesticeerd op vlak van integratie in sociale structuren. Elk dier draagt een rugzakje met vastgeroeste gedragingen met zich mee die moeilijk, zo niet onmogelijk, te veranderen zijn.

Sociale gehechtheid van honden en mensen

Onder de gedomesticeerde dieren worden honden als uniek beschouwd wat betreft hun sociale band met mensen. Dit mag niet verbazen, maar binnen het spectrum van gedomesticeerde dieren is dat nogal opmerkelijk. In de geschiedenis van honden, spelen mensen een cruciale rol. Honden houden zoveel van ons, dat men zelfs denkt dat ze zich tot op zekere hoogte zelf-gedomesticeerd hebben. Een belangrijke theorie over hoe wolven gedomesticeerd werden, zegt dat ze door het volgen en zoeken van (menselijke) restjes, gehecht raakten aan mensen,  een alternatieve hypothese die beter bekend staat als zelf-domesticatie.

Hoe sociaal of 'extravert' wolven waren, hoe groter de kans dat ze dit gedrag vertoonden. Meer verlegen honden volgden mensen minder snel en bleven meestal weg.

Het is mogelijk dat de sociale wolven zich open stelden voor een samenwerkingsrelatie met mensen. Er wordt zelfs gedacht dat de alliantie tussen honden en mensen ertoe kan hebben bijgedragen dat mensen (Homo Sapiens) vijanden (Homo Neanderthalensis) verslagen hebben, en ook de huidige dominantie in de voedselketen hebben bereikt waarvan we nog steeds allebei genieten. Twee toproofdieren leerden samenwerken en haalden daar allebei hun voordeel uit: een unieke en zeer effectieve symbiose.

Wie heeft wie gedomesticeerd?

Je zou kunnen zeggen dat honden het meeste voordeel hebben gehaald uit de huidige regeling. Ze moeten niet meer gaan jagen. Ze moeten zich geen meer zorgen maken dat andere roofdieren hun als prooi viseren. Het is niet meer nodig om de bittere kou te trotseren en ongehoorzame kinderen groot te brengen.

Een interpretatie hiervan is dat honden ons achteraf "omgekeerd-gedomesticeerd" hebben. Studies die suggereren dat honden niet zo intelligent zijn als hun wolf-tegenhangers, kloppen misschien, zelfs al wil de hondengemeenschap dit niet horen. De waarheid is dat honden niet zo hard hoeven na te denken over het oplossen van problemen, vooral in vergelijking met moderne wolven.

Net zoals mensen ooit computers hebben uitgevonden om voor ze te werken, zo zagen honden in mensen een voordeel om hun overlevingskansen te vergroten. Hoewel mensen computers hebben gemaakt, zijn ze nu niet meer zo slim als de computers van vandaag.

Een hond is het eerste dier dat door mensen werd gedomesticeerd. Dit belangrijke deel van de geschiedenis van honden leidde tot een ongeëvenaarde relatie van twee samenwerkende roofdieren. Honden hebben al dan niet een deel van hun cognitieve vaardigheden verloren en hebben hun sociale vaardigheden aangescherpt in de overgang van wolven naar honden en menselijke metgezellen.

Hoe zit het met honden die vrij rondlopen?

Ondanks de duidelijke verschillen die te zien zijn tussen wolvenroedels en mensen/hondenroedels, zijn er ook nog de vrij loslopende honden. Verrassend genoeg wordt geschat dat vrij rondlopende honden ergens tussen 76% en 83% van de wereldwijde hondenpopulatie uitmaken.

Wat kunnen vrij rondlopende honden ons vertellen over de geschiedenis van gedomesticeerde honden, van wolvenroedel tot mensenroedel? Het blijkt dat vrij rondlopende honden in staat zijn roedels te vormen die vergelijkbaar zijn met wolvenroedels, inclusief het gebruik van coöperatief gedrag zoals samen voedsel zoeken en samenwerken bij het verdedigen van territorium.

Er zijn echter ook belangrijke verschillen waargenomen, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van hun aanpassing aan een huiselijke omgeving en het leven tussen mensen. Honden die in stedelijke omgevingen leven, gedragen zich bijvoorbeeld op een meer geïsoleerde manier, ze zijn zelfvoorzienend (hoewel dat voor alleenstaande wolven ook niet helemaal ongewoon is).

Er wordt gedacht dat er een grotere "individualiteit" optreedt omdat voedsel in kleinere hoeveelheden wordt aangetroffen in een stedelijke omgeving. Als er daarentegen grote hoeveelheden voedsel beschikbaar zijn in een bepaald gebied, zoals op een vuilnisbelt, troepen honden meer samen en vertonen roedelgedrag.

Van wolven is geweten dat ze in bepaalde omgevingen ook gebruik maken van stortplaatsen als voedselbronnen, zoals blijkt uit studies die Italiaanse en Israëlische wolven observeerden. Net als hun wolvenbroeders zijn in bepaalde omgevingen ook wilde honden gevonden die op grotere wilde dieren en huisdieren aasden, zoals schapen en jonge koeien. Op bepaalde plaatsen, zoals Australië, is het ook een reëel probleem.

Studies hebben onderzocht hoe wolvenroedels de neiging hebben om grotere hoeveelheden land te beheersen dan hondenroedels. Bovendien wordt aangenomen dat honden verschillende begroetingsvormen hebben in termen van blaffen, omdat ze bepaalde klieren hebben verloren (bv. de supracaudale klier) die helpen bij hun olfactorische signalering.

Over het algemeen zijn er enkele conclusies die kunnen getrokken worden over de fysieke verschillen tussen wolven en honden, of het nu gaat om botstructuur, zoals de lengte van de humerus, of kleine schedelverschillen. Sommige honden zijn inderdaad heel anders dan wolven.  Bepaalde wolfachtige hondenrassen en rassen die met wolven vergeleken kunnen worden (zoals de Ierse Wolfshond), laten zien dat er veel overlap bestaat tussen honden- en wolfkenmerken, althans bij de moderne wolfsoorten. Zoals de geschiedenis van honden heeft opgemerkt, zijn beide soorten - wolven en honden - beïnvloed als gevolg van domesticatie (of het nu onze of zelf-domesticatie is) en het kruisen van hondachtigen.

Tot slot

Over het algemeen vertoont de geschiedenis van honden veel overeenkomsten tussen honden- en wolvenroedels, maar honden hebben hun gedrag beter aangepast aan de mensenwereld. Zelfs vrij rondlopende honden zijn eerder aaseters. Dit verschilt niet zo veel van wolven, die in grote mate afhankelijk zijn van aas (en in sommige gevallen afval) als voedselbron in het wild.

Ondanks de verschillen hebben honden en wolven nog steeds veel overeenkomsten.

In tegenstelling tot het verhaal van Roodkapje laat de geschiedenis van honden zien dat onze harige metgezellen nogal op wolven lijken, gekleed in mensenkleding. Ze kunnen zich echter veel beter in bedwang houden en hebben aanzienlijk betere sociale vaardigheden en "manieren" ontwikkeld om onze beste vrienden te zijn.

Het is verbazingwekkend dat vrijwel elke menselijke cultuur zo'n 40.000 jaar geleden honden in de samenleving opnam. Uit bewijzen van begraafplaatsen blijkt dat mensen toen al een speciale, zelfs spirituele band hadden met hun honden. We blijven daar nog steeds bewijzen van terugvinden, bijvoorbeeld bij de Maya's zo'n 2500 jaar geleden.

De relatie tussen mensen en honden is nog nooit zo sterk geweest. Zoals Aristoteles zei: "Zonder vrienden zou niemand ervoor kiezen om te leven." Honden zouden waarschijnlijk glimlachen en het ermee eens zijn, eraan toevoegend: "kiezen voor overleven, betekent vrienden hebben."

 


Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwe rassen en artikelen die op de website verschijnen? Registreer jezelf hier en je krijgt elke 2 weken een update in je mailbox. Je kan jezelf altijd probleemloos uitschrijven.


1 reactie

frans Kuijper

Mooi hoor al deze fijne informatie over onze hond. Succes verder.


Een reactie plaatsen